Hoofdstuk 55 Ar-Rahmaan: De Weldadige

GEOPENBAARD TE MAKKAH 3 Paragrafen en 78 verzen

Algemene opmerkingen:

Dit hoofdstuk ontleent zijn titel aan de naam van het Goddelijk Wezen, De Weldadige, waarmee het begint, en het gehele hoofdstuk spreekt van de weldadigheid Allah’s. Het hoofdstuk begint met de verklaring, dat de openbaring van de Heilige Qoer-An aan de Heilige Profeet (s.a.w.) een daad van Goddelijk weldadigheid is en spreekt vervolgens van de gunsten Allah’s . De tweede paragraaf spreekt van het oordeel, dat de schuldigen zal overvallen, omdat zij er in volharden, de weldaden waarvan de Weldadige Allah hen heeft voorzien, te verwerpen; terwijl de derde over de beloning handelt, welke de gelovigen die van die weldaden gebruik maken, zal toekomen. Wat het jaar der openbaring betreft, het kan, evenals de andere hoofdstukken van deze groep, slechts in het Vroeg – Makkaanse tijdperk geplaatst worden.

Paragraaf 1 Goddelijke Weldadigheid.

Biesmiellaahier – Rahmaanier – Rahiem.

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.

1 De Barmhartige,

2 Heeft de Qoer-An onderwezen.

3 Hij heeft de mens geschapen

4 En heeft hem de uiteenzetting (er van) geleerd.

5 De zon en de maan doorlopen hun banen volgens het plan.

6 En planten en bomen aanbidden Hem.

7 Hij heeft de hemel hoog er boven verheven en een evenwicht bepaald 1254

8 Opdat gij het evenwicht niet zou verstoren.

9 Houdt de weegschaal naar recht en doet aan de maat niet tekort.

10 En Hij heeft de aarde voor Zijn schepselen gemaakt:

11 Daarop zijn vruchten en palmbomen met scheden,

12 En het graan met (zijn) kaf en geur.

13 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen? 1255

14 Hij schiep de mens uit droge klei, als aardewerk.

15 En Hij schiep de djinn uit de vlam van Vuur.

16 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

17 De Heer der twee Oosten en de Heer der twee Westen! 1256

18 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

19 Hij heeft de twee zeeën gescheiden, die elkander eens zullen ontmoeten.

20 Daartussen is een versperring geplaatst welke zij niet kunnen passeren.

21 Welke van de gunsten van uw Heer wilg gij dan ontkennen?

22 Er komen parels en koraal uit beide (zeeën) vandaan.

23 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

24 En van Hem zijn de bergenhoge schepen op zee.

25 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

——————————————————————————————————————————————————————————

1254 Miezaan betekent in de Heilige Qoer-An niet een paar schalen om dingen te wegen, maar een maat en houdt in: een maatstaf voor het vergelijken, schatten of oordelen; de term is hier, evenals elders, in deze ruime zin gebezigd. Daarom betekent die hier: ’adl of rechtvaardigheid of aan degenen die het verdienen, geven wat hun toekomt.

1255 Dit vers wordt in dit hoofdstuk verscheidene keren herhaald. In de Arabische tekst is, in plaats van de meervoudsvorm, de tweevoudsvorm gebruikt. De commentatoren vatten de tweevoudsvorm gewoonlijk letterlijk op en onderstellen, dat daarmee de twee soorten van redelijke wezens, d.i. de djinn en de mensen, worden bedoeld. De tweevoudsvorm wordt echter soms door de Arabieren gebruikt om aan de betekenis kracht bij te zetten. Dat de tweevoudsvorm hier met dat doel gebruikt is, wordt aangetoond door het feit, dat de vermelde zegeningen die zijn, welke als middelen van levensonderhoud voor het mensdom dienen, zoals palmen en graan, die etherische wezens – waarvoor de djinn gehouden worden – niet nodig hebben. De woorden zijn derhalve slechts tot het mensdom gericht, en zelfs al vat men het tweevoud letterlijk op, toch kan men de toegesproken klassen opvatten in de zin van gelovigen en ongelovigen, of van de sterken en de zwakken, welke verdeling in de Heilige Qoer-An herhaaldelijk voorkomt.

1256 De twee Oosten en de twee Westen duiden de verschillende punten van de horizon aan, waar de zon bij de zomer- en de winterzonnestilstand opkomt en ondergaat.

Paragraaf 2 Het Oordeel tegen de Schuldigen.

26 Al hetgeen is, zal vergaan.

27 En er blijft alleen het Aangezicht van uw Heer, de Bezitter van Heerlijkheid en Eer.

28 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

29 Van Hem smeken allen, die in de hemelen en op de aarde zijn, (gunsten) af. Elk ogenblik toont Hij een andere Heerlijkheid.

30 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

31 Wij zullen spoedig met u afrekenen, o gij twee volkeren! 1257

32 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

33 O, groep van djinn en mensen; als gij de grenzen der hemelen en der aarde wilt overschrijden, probeert dit dan. Doch gij zult dit zonder gezag stellig niet kunnen doen. 1258

34 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

35 Er zullen vurige vlammen en gesmolten koper tegen u worden gezonden en gij zult u niet kunnen verweren. 1259

——————————————————————————————————————————————————————————

1257 De twee legers zijn hier de gelovigen en de ongelovigen, en Allah let op hen betekent, dat Hij in hun zaak beslost, zodat ieder zijn beloning of straf krijgt. Sommigen verstaan daaronder de Arabieren en de vreemdelingen, en dus kan het doelen op de verovering van Arabië en de vreemde landen.

1258 De djinn en de mensen van dit vers zijn de grote en de kleine tegenstanders van de Heilige Profeet, (s.a.w.) of de vreemdelingen en de Arabieren, zoals in de vorige noot is aangetoond. Er wordt tot al deze tegenstanders gezegd, dat zij de straf kunnen ontkomen.

1259 Het vuur en de rook werden in dit leven gezonden in de vorm van oorlogen, die hen vernietigden. Vuur was onder de Arabieren het, het zinnebeeld van de krijg, hoewel die twee termen de moderne oorlog, die niets dan vuur en rook is, beter zouden afbeelden.

36 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

37 En wanneer de hemel uiteengespleten en rossig wordt als een roodgeverfde huid.

38 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

39 Op die Dag zullen mens noch djinn worden ondervraagd over hun zonden.

40 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

41 De schuldigen zullen aan hun kenmerken worden herkend en zij zullen worden gegrepen bij haren en voeten.

42 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

43 Dit is de hel door de schuldigen verloochend.

44 Zij zullen daar tussen vuur en fel kokend water rondgaan.

45 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

Paragraaf 3 De Beloning der Rechtschapenen.

46 Maar er zullen voor hem die het verschijnen voor zijn Heer vreest, twee tuinen zijn, 1260

——————————————————————————————————————————————————————————

1260 De twee tuinen, die aan de rechtschapenen worden geschonken, zijn een tuin in dit leven en een tuin in het volgende. Volgens de Heilige Qoer-An begint het paradijs reeds in dit leven, en het is de geestelijke tuin van dit leven, die in het leven na de dood belichaamd wordt. Deze waarheid wordt in de daarop volgende verzen duidelijk gemaakt.

47 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

48 Van verschillende soort.

49 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

50 In beide zullen twee fonteinen stromen.

51 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

52 In beide zijn van iedere vrucht twee paren.

53 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

54 Zij zullen zich nedervlijen op divans met tapijten waarvan de veringen van dikke zijde zullen zijn. En het fruit der tuinen zal dicht bij de hand liggen.

55 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

56 Daarin zullen kuise meisjes zijn met zedige blik, door mens noch djinn ooit aangeraakt.

57 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

58 Als waren zij robijnen en koralen.

59 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

60 De beloning van goedheid kan niet anders dan goedheid zijn.

61 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

62 En naast deze twee zijn er nog twee tuinen. 1261

63 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

64 Donkergroen van gebladerte,

65 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

66 Daarin zullen ook twee bronnen zijn die water in overvloed spuiten.

67 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

68 In beide zullen er vruchten, dadels en granaatappels zijn.

69 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

70 Daarin zullen goede en schone meisjes zijn.

71Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

72 Schonen in paviljoenen gehuisvest.

73 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

74 Die vóór hen mensen noch djinn hebben aangeraakt

75 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

76 Rustend op groene kussens en prachtige tapijten.

77 Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

78 Gezegend zij de naam van uw Heer, de Bezitter van Heerlijkheid en Eer.

——————————————————————————————————————————————————————————

1261 De Heilige Qoer-An verdeelt de gelovigen in twee klassen, gelijk in het hierop volgende hoofdstuk duidelijk verklaard wordt; degenen die het meest nabij de Goddelijke tegenwoordigheid zijn, zoals de profeten en de heiligen, en de gewone gelovigen. De twee tuinen, die in vs. 46 genoemd zijn, zijn voor de eersten en die welke op deze plaats genoemd worden, zijn voor de laatste.