Moesa

En na (zijn vertrek) maakte het volk van Moesa een kalf van hun sieraden – een (levenloos) lichaam, met een loeiend geluid. Konden zij niet zien dat het niet tot hen sprak en hen ook niet leidde langs het pad? Zij namen het (om te aanbidden) en zij waren onrechtvaardig.

En toen zij berouw toonden en zagen dat zij waren afgedwaald, zeiden zij: Als onze Heer geen genade met ons kent en ons niet vergeeft, dan zullen wij zeker bij de verliezers horen.

En toen Moesa terugkeerde bij zijn volk, vol woede en leed, zei hij: Kwaadaardig is het wat jullie hebben gedaan na mij! Bespoedigden jullie het oordeel van jullie Heer? En hij gooide de tabletten neer, greep zijn broer (Haaroen) bij het hoofd en trok hem naar zich toe. Hij zei: Zoon van mijn moeder, het volk achtte mij zwak en had mij bijna gedood. Dus laat de vijanden zich niet over mij verblijden en reken mij niet tot de mensen die onrechtvaardig zijn.

Hij zei: Mijn Heer, vergeef mij en mijn broer, en laat ons toe tot Uw genade, en U bent de meest barmhartige onder degenen die barmhartig zijn.

Degenen die het kalf (tot god) namen – toorn van hun Heer en schande in dit aardse leven zullen hen zeker achterhalen. En zo belonen Wij degenen die leugens verzinnen.

En degenen die kwade daden begaan, om daarna berouw te tonen en te geloven – jullie Heer is daarna waarlijk Vergevensgezind, Barmhartig.

En toen de woede van Moesa kalmeerde, pakte hij de schriftabletten op; en wat daarop geschreven stond bevatte een leidraad, en genade voor degenen die hun Heer vrezen.

En Moesa verkoos uit zijn volk zeventig mannen voor Onze afspraak. Dus toen de aardbeving hen overviel, zei hij: Mijn Heer, als het U had behaagd, dan had U hen al eerder vernietigd, en mij (ook). Wilt U ons vernietigen om wat de dwazen onder ons hebben gedaan? Het oordeel is slechts aan U. Daarmee doet U ten onder gaan wie het U behaagt en geeft U leiding aan wie het U behaagt. U bent onze Beschermer, dus vergeef ons en heb genade met ons, en U bent de Beste onder degenen die vergeven.

En beschik voor ons het goede in dit wereldse leven en in het Hiernamaals, want wij wenden ons waarlijk tot U. Hij zei: Ik kwel met Mijn straf wie Ik wil en Mijn genade omvat alle dingen. Dus beschik Ik het voor degenen die aan hun plicht voldoen en die de armenbelasting betalen, en voor degenen die in Onze boodschap geloven.

Degenen die de Boodschapper- Profeet (s.a.w.) volgen, de Oemmi, die zij genoemd zien in de Thora en in het Evangelie. Hij draagt hen het goede op en verbiedt het kwade, en hij maakt de goede dingen voor hen wettig en verbiedt de onzuivere dingen, en hij verwijdert van hen de lasten en de ketens die zij droegen. Dus degenen die in hem geloven en hem eren en helpen, en die het licht volgen dat met hem naar beneden is gezonden – dit zijn de succesvollen.

Surah Al-A‘rāf 7:148-157


Recommended Posts