De profeet Jozef en zijn broers

Toen Jozef tot zijn vader zei: O mijn vader, ik zag elf sterren en de zon en de maan – ik zag hen voor mij neerbuigen.

Hij zei: O mijn zoon, vertel je droom niet aan jouw broers, opdat zij geen plan tegen jou beramen. De duivel is werkelijk een openlijke vijand van de mens.

En zo zal jouw Heer jou verkiezen en jou de interpretatie van gezegden leren, en Zijn gunsten aan jou vervolmaken en aan de Kinderen van Jakob, zoals Hij ze hiervóór vervolmaakte voor jouw vaderen, Abraham en Isaak. Jouw Heer is waarlijk Wetend, Wijs.

In Jozef en zijn broers schuilen zeker tekenen voor de vragenstellers.

Toen zij zeiden: Zeker heeft onze vader Jozef en zijn broer (Benjamin) meer lief dan ons, hoewel wij een (machtig) gezelschap vormen. Waarlijk begaat onze vader een duidelijke fout –

Doodt Jozef of verban hem naar een (ander) land, zodat de waardering van jullie vader uitsluitend jullie toekomt, en daarna kunnen jullie een rechtschapen volk worden.

Een spreker uit hun midden zei: Dood Jozef niet, maar als jullie iets gaan doen, werp hem dan op de bodem van de put. Misschien dat een aantal van de reizigers hem eruit zal halen.

Zij zeiden: O onze vader, waarom vertrouw jij ons Jozef niet toe, terwijl wij hem waarlijk oprecht het beste toewensen?

Stuur hem morgen met ons mee, zodat hij plezier kan maken en kan spelen, en wij zullen zeker goed op hem passen.

Hij zei: Het doet mij inderdaad verdriet dat jullie hem mee zullen nemen en ik ben bang dat de wolf hem zal verslinden, terwijl jullie hem niet in het oog houden.

Zij zeiden: Als de wolf hem zou verslinden, terwijl wij een (machtig) gezelschap zijn, dan zouden wij waarlijk verliezers zijn.

Dus toen zij hem meenamen en overeenkwamen hem op de bodem van de put neer te laten, openbaarden Wij aan hem: Jij zal hen zeker inlichten over deze zaak van hen terwijl zij (het) niet beseffen.

En zij kwamen tot hun vader bij het vallen van de nacht, huilend.

Zij zeiden: O onze vader, wij waren met elkaar om het hardst aan het lopen en lieten Jozef achter bij onze spullen, en de wolf heeft hem verslonden. En jij zal ons niet geloven, hoewel wij de waarheid spreken.

En zij kwamen met onecht bloed op zijn hemd. Hij (vader) zei: Nee, jullie zielen hebben een zaak voor jullie verlicht. Dus geduld is een schone zaak. En Allāh is Hij Wiens hulp wordt gezocht tegen wat jullie beschrijven.

En er kwamen reizigers, en zij stuurden hun waterdrager en hij liet zijn emmer zakken. Hij zei: O goed nieuws! Dit is een jongeman. En zij borgen hem weg als koopwaar, en Allāh was Bekend met wat zij deden.

En zij verkochten hem tegen een lage prijs, een paar zilveren munten, en zij gaven niets om hem.

Surah Yusuf 12:4-20


Recommended Posts