Abrahams geloof

En toen Abraham tot zijn oudere, Ẵzar, zei: Neem jij afgoden tot goden? Waarlijk zie ik jou en jouw volk in openlijke dwaling.

En zo lieten Wij Abraham het koninkrijk van de hemelen en de aarde zien, opdat hij zou behoren tot degenen die zekerheid hebben.

Dus toen de nacht hem overschaduwde, zag hij een ster. Hij zei: Is dit mijn Heer? Dus toen deze onderging, zei hij: Ik heb dingen die ondergaan niet lief.

Daarna, toen hij de maan zag opkomen, zei hij: Is dit mijn Heer? Dus toen deze onderging, zei hij: Als mijn Heer mij niet had geleid, had ik zeker tot de dwalende mensen behoord.

Daarna, toen hij de zon zag opkomen, zei hij: Is dit mijn Heer? Is dit de Grootste? Dus toen deze onderging, zei hij: O mijn volk, ik ben vrij van wat jullie oprichten (naast) Allāh.

Waarlijk heb ik mijzelf, daar ik oprecht ben, geheel gekeurd tot Hem Die de hemelen en de aarde voortbracht, en ik ben niet een van de polytheïsten.

En zijn volk redetwistte met hem. Hij zei: Redetwisten jullie met mij aangaande Allāh en Hij heeft mij daadwerkelijk geleid? En ik vrees op geen enkele wijze wat jullie naast Hem hebben opgericht, tenzij het mijn Heer behaagt. Mijn Heer omvat alle dingen in Zijn kennis. Willen jullie je dan niet in acht nemen?

En hoe kan ik vrezen voor wat jullie (naast Hem) hebben opgericht, terwijl jullie niet vrezen iets naast Allāh op te richten waarvoor Hij jullie geen gezag heeft verleend? Welk van de twee partijen is dan zekerder van zijn veiligheid, als jullie dit weten?

Degenen die geloven en die hun geloof niet verwarren met onrechtvaardigheid – voor hen is er veiligheid en zij volgen de juiste richting.

Surah al A’nam 6:74-82


Recommended Posts